Gerrit
Duurkant, olieslager te Westzaandam
Oliemolen De Groene Ridder werd in 1782 door eigenaar
Arend Dekker voor liefst f. 12.000,- verkocht aan Gerrit Duurkant, die in dit jaar ook olie begon te
slaan met de nabijgelegen Hengelaar. Duurkant liet De Ridder op 14 januari van
dat jaar in het Olieslagerscontract overschrijven op zijn naam. De verzekerde
waarde van de molen was slechts f. 3750,-. De oliemolen was dus zwaar
onderverzekerd, zoals alle aangesloten molens. Maar toch was het verboden om
elders een bijverzekering af te sluiten! Dat deze situatie onhoudbaar was
begrepen alle deelnemers. Reden waarom zij tijdens de jaarvergadering van 1 mei
1782 besloten er iets aan te doen. Alle aangesloten molens in het contract
werden daarop met 20 procent opgewaardeerd, zodat De Groene Ridder toen voor f.
4500,- - nog steeds veel te weinig – tegen brand was verzekerd[i].
Slechts vier jaar bleef Gerrit Duurkant eigenaar van De Groene Ridder.
Toen verkocht hij hem voor f. 10.200,- aan Casparus Spiers en Dirk Bruijning,
die eigenaren van de Koger pelmolen De Matsman, die al diverse keren huurder
van De Ridder waren geweest. Bij deze gelegenheid bleek dat er opsalg voor 100
last zaad en 450 aam olie was, terwijl er bovendien 45.000 koeken in de schuren
opgeborgen konden worden.
Oliemolen
De Hengelaar
Op 27 januari 1783
verkocht Pieter Corf een kwart part in de oliemolen De Hengelaar voor f. 2395,-
aan Gerrit Duurkant.
De molen werd toen dus getaxeerd op een waarde van f. 9580,-, waaruit wel
geconcludeerd kan worden dat de olieslagerij toen in een bloeiperiode zat.
De Hengelaar stond net
als De Groene Ridder in het noorden van Westzaandam vlakbij de Watering.
In 1783 zouden de deelnemers
aan het Olieslagerscontract, de grootste onderlinge brandverzekering in de
Zaanstreek, trouwens besluiten de waarde van de molens met liefst 25 procent op
te waarderen. Corf was eigenaar geworden van het part door zijn huwelijk met
Eefje Rogge, dat in mei 1774 werd gesloten. Eefje was weduwe van de
Oostzaandamse koopman Claas Klamp. Op 15 december 1766 hadden Eefje en Claas
hun testament laten maken, waarbij Eefje Rogge haar enige volle nicht Fijtje
van Wimmenum uit Haarlem als haar erfgename voor een half part van haar
bezittingen aanwees. Fijtje was getrouwd met de bekende Doopsgezinde leraar
Cornelis Loosjes en had bij de verkoop van het kwart part in De Hengelaar dus
recht op f. 1197,50[ii]. Bij deze
verkoop werd ook de windpacht vermeld, die zes gulden per jaar bedroeg en voor
25 jaar was afgekocht. Duurkant
moest hiervoor uiteraard een vierde van voor zijn rekening nemen en dus nog f.
37,50 extra betalen.
Duurkant werkte
al vanaf 4 mei 1782 met De Hengelaar. Hij huurde hem van Gerrit Visser & Zn.
Dit betekende dat Visser de molen verzekerde en Duurkant de lading, die toen voor f. 100,- in het
Olieslagerscontract stond. Bij verwoesting door brand zou hij van alle
deelnemers dit bedrag ontvangen, terwijl hij zelf nooit meer dan 100 gulden
behoefde te betalen, indien een collega door brand getroffen werd. Het bedrag
gaf aan dat De Hengelaar een dubbele oliemolen was. Duurkant zou slechts drie jaar met de molen
werken. In 1785 liep het huurcontract af en werd niet verlengd[iii].
Het kwart part hij in 1783 van Corff had gekocht deed Duurkant op 24 april 1786 over aan Claas
Gerritsz Honig uit Koog aan de Zaan, die zou uitgroeien tot de grootste
olieslager in de Zaanstreek. Uiteindelijk zou hij 21 molens in bedrijf houden.
Honig betaalde voor het kwart part f. 2200,-[iv].